Afscheid

van Mevr. M.B.F. de Haas-Cocheret

Brief uit Clubblad februari 1989

Op de Winnertentoonstelling van 1971 stonden 2 "Polski Owczarek Nizinny’s" ingeschreven. Mijn nieuwsgierigheid was onmiddellijk gewekt door die onbegrijpelijke, onuitspreekbare naam. Wat mocht dat wel wezen???!

Op weg naar de erekeuring kwam mij een mevrouw voorbij hollen met een mij onbekend, grappig en eigenwijs hondje aan de lijn. Ik brulde haar na: "is dat die uh,uh Polski owzo….."? Ze begon te lachen en bevestigde mijn vraag. Na afloop vroeg ik haar waarom de teef niet aanwezig was en Urania Zuk (want die was het) alleen acte de précence gaf.
De teef was loops en net gedekt door Zuk! U begrijpt het al: uit dit nest werd de eerste Nizinny in Nederland geïmporteerd en het was ook deze Vania van het Goralenhof, gefokt door Mevrouw Jasica, die het eerste nest Nizinny´s in Nederland ter wereld bracht.

Als je een pup hebt, wil je ook wel graag lid worden van de rasvereniging. Een eigen club bestond natuurlijk nog niet, met een handjevol Poolse honkies. De Vereniging van Hongaarse Herdershonden en aanverwante rassen was zo gastvrij ons een plaatsje in deze club aan te bieden. Ondertussen groeide het aantal Nizinny´s zodanig dat we zo langzamerhand aan een eigen club konden gaan denken.

Het duurde dan ook niet lang meer tot we aan het vereiste aantal bazen en honden toe waren. Op 26 augustus 1978 hebben we in Motel Arnhem een bijeenkomst belegd, waar de eerste daadwerkelijke stappen werden genomen tot het stichten van een eigen rasvereniging. We hadden genoeg leden, dus werd de P.O.N. club in Nederland opgericht. Om door de Raad van Beheer erkend te kunnen worden moesten we verschillende gesprekken voeren om te vertellen hoe wij de behartiging van de belangen van ons ras dachten te verwezenlijken. Deze besprekingen –die heel prettig verliepen- vergden toch vrij veel tijd. Maar gelukkig werd onze vereniging dan toch erkend door de Raad van Beheer op 1 januari 1980. Vanaf dit moment waren wij dus lid van de grote kynologische familie, met alle voordelen en verantwoordelijkheden van dien. De groei van het ledenaantal is gelukkig nooit explosief geweest maar wel gestaag. Onze club is niet groot, want met zo’n 320 leden zijn we nog altijd een klein kluppie. Gelukkig maar, want op deze manier kan er nog contact blijven bestaan tussen de leden onderling en tussen de leden en het bestuur. Onze Polski Owczarek Nizinny’s zijn met recht klein maar dapper.

Over het algemeen zijn ze zeer onverschrokken, soms zelfs iets te. Mijn Gwarka b.v. liet zich nooit, door geen enkele hond op haar kop zitten en als zij het nodig vond, beet ze behoorlijk van zich af, zich niet realiserend dat ze echt niet tegen elke hond op kon. Onze P.O.N.  is gewoon een keiharde hond, ook voor zichzelf.

Toen we in Nederland met de fok van onze P.O.N. begonnen hadden we, uiteraard, geen kennis van de bijzonderheden van het ras. We hebben alles zelf moeten ondervinden. Het enige wat wel bekend was, was dat de stamvader van de naoorlogse P.O.N.:  Smok z Kordegardy een buitengewone hond, zowel van karakter als qua exterieur en gezondheid was geweest. En dat was ons geluk.

In Polen hadden ze vroeger 3 grootte-slagen en toen wij met onze Nizinny’s begonnen, was dat nog niet zo lang geleden tot  de middenslag teruggebracht.
De Poolse fokker richtten  zich dan ook voornamelijk op de goede grootte van de hond. Toen ik in Bydgoszcz indertijd vroeg, waarom honden met slechte gebitten niet geweerd werden, kreeg ik als antwoord dat ze eerst het formaat goed wilde hebben en pas daarna zou er op gebitten gelet gaan worden. In Nederland zijn we echter wel van het begin af aan alert geweest op gebitsfouten. Echter, met  een dergelijke achtergrond is het een kwestie  van ettelijke generaties voor men een dergelijke fout enigszins onder de knie krijgt. Ook is het een bekend feit, dat er zelfs na vele generaties toch weer een terugslag voor kan komen. In de 10 jaar van ons bestaan hebben we al heel wat fouten bestreden. Het is dan ook nog steeds, of liever gezegd juist nu van het grootste belang dat alle gegevens (goede of slechte) aan het bestuur gemeld moet worden. Bij deze dingen liggen de moeilijkheden niet zozeer bij de honden als wel de bazen. Als er nl. slechte in het nest voorkomen, dan is het heel vervelend voor de fokker, maar zeker geen schande. De fokker heeft ook liever alleen goede pups. Het is dan echter wel noodzaak, dat de slechte honden voor de fok worden uitgesloten. De selectie begint met het uitbannen  van slechte honden;
men kan de eisen telkens iets strenger maken, zodat men in de breedte een gezond, gaaf ras krijgt. Wat de HD betreft, zitten we met onze P.O.N. redelijk goed.
Tot nu toe zijn er slecht enkele gevallen bekend waar de hond positief is (dus HD heeft). Waakzaam blijven dus.

Wat de toekomst betreft zie ik toch wel enkele probleempjes:  de haar en jeuk-problemen zijn méér dan alleen maar voorbijgaande ongemakken. Het is een zéér ongenaam verschijnsel voor het slachtoffer: de hond en voor het “lijdend voorwerp” de baas, die ook gek wordt van zijn steeds krabbende hond!! Ook de kwaliteit van bouw en grootte van de hond heeft neiging achteruit te gaan. De Nizinny moet een stevig gebouwde hond zijn, die ondanks zijn zeer robuuste bouw toch een zeer soepel gangwerk moet hebben. Ook de grootte (hoogte) vertoond de neiging niet meer aan de (nieuwe) rasstandaard te voldoen. Er zijn teveel, weliswaar lieve en vertederende hondjes, die de minimum maat net wel of net niet halen. U begrijpt dat dat voor de gebruikshond zoals de Nizinny toch is, buitengewoon ongewenst is.
Aangezien de standaard veranderd is, zal men voor de fok toch strenger moeten gaan selecteren. Ook het unieke karakter zal scherp in de gaten gehouden moeten worden. Een hond moet levendig, maar mag niet echt scherp zijn. Enige natuurlijke scherpte –hij wordt in Polen tenslotte ook als bewaker gebruikt- is begrijpelijk en gewenst, maar zodra deze scherpte gaat ontaarden in bijtgedrag, dan moet een dergelijke hond worden uitgesloten van de fok. Het is heel moeilijk een ras te verbeteren of zelfs alleen maar op peil te houden; maar wanneer er enkele slechte exemplaren gebruikt gaan worden, ontstaat al heel gauw het sneeuwbal effect en dan gaat het zeer snel bergafwaarts. Gelukkig is ons ras absoluut geen mode-hond en hopelijk wordt het dat ook nooit, dus van die kant dreigt geen gevaar.

Dit waren enkele gedachten die bij mij opkwamen, toen ik naar aanleiding van mijn afscheid deze 10 jaren nog eens overdacht. Het was een leuk en stimulerend werk,om onze P.O.N. club op te richten en de eerste jaren wat de fok betreft, de grondslagen te leggen met “collega-fokkers” van een op redelijk hoog niveau staand ras. Ik wens het nieuwe bestuur veel wijsheid toe en vergeet nooit, dat wij mensen beslissingen voor onze honden moeten nemen en dat uitsluitend die belangrijk zijn.

Ik dank alle leden voor het vertrouwen dat u in mij gesteld hebt en het bestuur voor de prettige samenwerking. Dit was een terugblik van mij, nu is het aan het nieuwe bestuur straks, zaak om de blik op de toekomst te richten.

M.B.F. de Haas-Cocheret
Voorzitter